Naaiatelier
Twaalf lessen, van je eerste steek tot je eigen mini-collectie. Hier zie je alvast wat eraan komt.

Veilig naaien
- Spelden en naalden gaan altijd terug in het speldenkussen.
- Strijkijzer en naaimachine: met een volwassene, of vanaf de leeftijd die je ouder kiest.
N1
Draad in de naald
Je leert de rijgsteek en de achtersteek op een proeflapje.
🧺 Naald met groot oog, garen, katoenen lapje
- Knip een draad zo lang als je arm.
- Steek de draad door het oog en leg een knoop aan het einde.
- Rijgsteek: op en neer, gelijke stapjes.
- Achtersteek: één stap terug, twee vooruit.
- Hecht af met drie kleine steekjes op dezelfde plek.
N2
Knoop aanzetten en gaatje stoppen
Je zet een knoop aan en herstelt een klein gaatje.
🧺 Knoop, garen, naald, een oude sok
- Leg de knoop op zijn plek en steek van onder naar boven.
- Ga 4–5 keer door de gaatjes.
- Wikkel de draad onder de knoop rond als een steeltje.
- Voor een gaatje: maak eerst lijnen in één richting, weef er dan dwars doorheen.
N3
Meten is weten
Je meet borst, taille, heup, lengte, arm en binnenbeen en maakt een eigen maatkaart.
🧺 Een lintmeter, papier, een helper
- Meet over dunne kleren, lintmeter niet te strak.
- Borst: op het breedste punt. Taille: waar je buigt. Heup: op het breedste punt.
- Lengte: rug tegen de muur. Arm: van schouder tot pols. Binnenbeen: van kruis tot enkel.
- Noteer alles op je maatkaart. Die is privé: enkel jij en je ouder zien hem.
🔒 Je maatkaart wordt privé bewaard: enkel jij en je ouder zien hem.
N4
Tas met rechte naden
Je naait een eenvoudige tas.
🧺 Stevige stof (bv. oud gordijn), garen, spelden
- Knip twee rechthoeken en twee stroken voor hengsels.
- Leg de goede kanten op elkaar en speld.
- Naai drie kanten met 1 cm naadwaarde.
- Zoom de bovenrand en naai de hengsels vast.
- Keer om en strijk — met een volwassene.
N5
Kussensloop met envelopsluiting
Je naait een kussensloop zonder rits.
🧺 Stof, een kussen, lintmeter
- Meet je kussen en tel er 2 cm bij.
- Knip één voorpand en twee achterpanden die elkaar 10 cm overlappen.
- Zoom de overlappende randen.
- Leg alles goede kant op goede kant en naai rondom.
- Keer om en stop het kussen erin.
N6
Een eerste patroon tekenen
Je tekent een rechthoek-patroon voor een rok.
🧺 Groot papier, lat, potlood, je maatkaart
- Breedte: je heupmaat × 1,5.
- Lengte: gewenste roklengte + 4 cm voor tunnel en zoom.
- Teken de rechthoek en noteer de draadrichting.
- Schrijf je naam en de maten op het patroon.
N7
Rok met elastiek
Je naait de rok van je eigen patroon.
🧺 Stof, elastiek, veiligheidsspeld
- Knip de stof volgens je patroon.
- Naai de zijnaad dicht.
- Vouw de bovenrand om tot een tunnel en naai vast, laat een opening.
- Trek het elastiek erdoor met een veiligheidsspeld.
- Zoom de onderkant.
N8
Patroon overtrekken van een eigen kledingstuk
Je neemt een patroon over van een T-shirt dat goed past.
🧺 Een T-shirt, groot papier, spelden
- Vouw het shirt dubbel en leg het plat op papier.
- Volg de randen met potlood.
- Tel er 1 cm naadwaarde bij.
- Doe hetzelfde voor de mouw.
N9
Patronen op maat
Je ontdekt diensten die patronen op jouw maat maken. We nemen zelf geen patronen over.
🧺 Je maatkaart
- Bekijk samen met je ouder een dienst zoals Lekala.
- Kies een eenvoudig model.
- Vul je maten in en print het patroon.
N10
Pimp mijn kleren
Je geeft een oud kledingstuk een nieuw leven.
🧺 Een oud kledingstuk, stofresten, knopen, borduurgaren
- Kies één plek om te versieren.
- Naai een applicatie of borduur een eenvoudige vorm.
- Voeg knopen of een lapje toe.
N11
Van papa of mama naar mij
Je maakt een te groot hemd of T-shirt kleiner.
🧺 Een te groot shirt, een shirt dat past, spelden
- Leg het passende shirt op het grote shirt.
- Teken de nieuwe zijnaden en mouwen af.
- Naai, knip het teveel weg en werk af.
N12
Mijn mini-collectie
Je maakt een moodboard en houdt een mini-modeshow — zonder gezichten op foto.
🧺 Tijdschriften, stofjes, je zelfgemaakte stukken
- Kies een thema en verzamel kleuren en stoffen.
- Maak een moodboard.
- Toon je stukken in een mini-modeshow; foto’s vanaf de schouders naar beneden.